Persoonlijk en lifestyle

Steeds maar weer dezelfde droom

Ooit, heel lang geleden, woonden wij op een flatje in de stad. Een heerlijk flatje met 3 slaapkamers, een grote keuken en een heel ruim balkon. Ongeveer 3,5 jaar hebben wij daar met heel veel plezier gewoond. Het flatje stond niet in de beste buurt van de stad (iets met reputatie), maar toch voelden wij ons daar echt thuis. Die paar jaar voelden op dat moment als de beste jaren van ons leven.

Maar niet alleen de huurprijzen stegen; ook onze kinderwens groeide. En hoewel een kindje daar prima had gekund, vond mijn man het tijd om op zoek te gaan naar een eengezinswoning. Eigenlijk wilde ik helemaal niet weg, maar ik wist ook wel dat een flat zonder lift en zonder tuin niet de meest ideale optie was. En waarom zouden we ook niet verhuizen? Op dat moment kon je de kosten koper ook nog mee financieren als je een huis wilde kopen en dus gingen we op zoek.

Jaren 30 woning vol charme

Na een hoop bezichtigingen vonden wij ons “droomhuis”: een jaren 30 woning vol charme en een warme inrichting. Dit was het, hier gingen wij ons gezin stichten. Hier zouden wij oud worden. Vrij snel na onze verhuizing raakte ik in verwachting en na de geboorte van Owen begon de neerwaartse spiraal: postpartum depressie, huilbaby, financiële zorgen, verborgen gebreken aan het huis, ijskoude winters, een tweede zwangerschap, zorgen om Kenzie door ziekenhuisopnames en problemen met eten en drinken, lekkages in het dak, nog meer ijskoude winters, nog meer financiële zorgen. Ons huis zelf was prachtig, maar door de vele problemen in en aan het huis voelde het al lang niet meer goed.

De meeste dromen zijn bedrog

Van de 5,5 jaar die we in ons vorige huis hebben gewoond droomde ik maandelijks dezelfde droom.

Steeds weer moest ik terug naar de flat om onze spullen te halen. We woonden er al een hele poos niet meer, maar toch stonden er nog spullen: banken, tafels, stoelen, glazen, alles. De sleutel hing nog als vanouds aan mijn bos en iedere keer merkte ik op dat het toch wel vreemd is dat de woningcorporatie niet aan de bel trekt; we betalen geen huur meer en het is al maanden onbewoond.

Zodra ik de deur door loop is alles nog zoals het was. Soms staat zelfs de televisie nog aan. Het geluid van de voordeur is ook nog steeds hetzelfde, evenals het geluid wat door het portiek galmt als ie dicht valt.

Iedere keer begin ik enthousiast met inpakken. Ik heb dozen genoeg, maar hoeveel glazen ik ook uit de kast haal, de kast blijft even vol. Soms ben ik alleen, soms samen met Sander.

De droom eindigt altijd hetzelfde: ik trek de deur achter me dicht, zonder spullen in mijn handen en wordt dan wakker.

Gaat het dan nooit over?

Daar kwam bij dat ik over huis waar we op dat moment woonden ging dromen: het stond altijd onder water. Emmers en emmer heb ik buiten gegooid, maar het bleef altijd zeik nat.

Vorig jaar september zijn we verhuisd, een keuze waar ik tot nu toe ontzettend gelukkig mee ben. Pas nu besef ik me hoezeer ik me nooit heb thuis gevoeld in die jaren 30 woning. Direct voelde ik me hier wel écht thuis en ik kan soms glunderend op de bank zitten en om me heen kijken met een gevoel van liefde en trots.

En die droom? Die heb ik sinds september niet meer gehad.

Al die jaren was ik gewoon op zoek naar een thuis. Dezelfde thuis die ik ervoer op de flat waar we zo’n prachtige tijd hebben gehad. Dat ik nu, eindelijk, weer een thuis heb gevonden voelt als een verademing, een opluchting, als een last die van mijn schouders is gevallen.

Uitgelichte foto: Jonas Geschke – Unsplash

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *