Mama zijn,  Persoonlijk en lifestyle

Ons kindje dat niet mocht zijn

Ineens stond ie daar: die tweede, roze streep. Stiekem wist ik het al, want ik voelde het aan alles. Toch voelde het als een totale verrassing. Een derde kindje! Trillend zat ik op de bank. Tegelijkertijd zat ik ook te trappelen totdat manlief thuis zou komen. Zodra ik de poort open hoorde gaan rende ik naar buiten.

Schat, we hebben een klein probleempje

Waarop ik de positieve zwangerschapstest liet zien. “Wat? Nee, dat kan niet hoor.” was zijn eerste reactie. Maar al snel stonden we te schaterlachen in onze schuur. Een broertje of zusje erbij; ons geluk kon niet op. Ik besloot nog even snel naar de nacht apotheek bij het ziekenhuis een ClearBlue test te kopen. Gewoon, voor de volgende ochtend als echte bevestiging. De rest van de avond hebben we als twee giechelende pubers naast elkaar op de bank gezeten.

Zwanger 1-2

Dat is precies wat de ClearBlue aangaf toen ik ’s ochtends opnieuw testte. Wauw, ik ben écht zwanger! Vol vlinders begon ik stralend aan mijn dag. Heerlijk even rondlopen met een geheimpje. Ik meldde me aan bij de verloskundige en plande dezelfde dag nog de eerste echo.

Al snel begon ik me moe en misselijk te voelen; heel erg misselijk zelfs. Na ieder slokje drinken of hapje eten draaide mijn maag zich om. Gek, want ik ben bij mijn andere twee zwangerschappen geen moment misselijk geweest. Ook mijn darmen begonnen van zich te laten horen; ze maakten plaats voor het wonder dat in mijn buik zou gaan groeien.

Geen dikke streep

Een dag later deed ik opnieuw een zwangerschapstest, want hoe vet is het om dat tweede streepje te zien verschijnen? Het tweede streepje verscheen, maar was niet dikker of donkerder dan die van de eerste test. Vreemd, maar misschien net iets teveel gedronken.

Toch kon ik het niet laten en deed ik later nóg een test, maar die tweede streep blééf licht. Ondertussen was ik alweer druk aan het Googelen geslagen en daar werd ik al helemaal niet vrolijk van.

Ik nam contact op met de verloskundige om te vragen of een bloedtest misschien meer duidelijkheid kon geven. Dan konden we tenminste zien of het zwangerschapshormoon goed opliep. Jammer genoeg kreeg ik 0 op rekest en moest ik geduld op zien te brengen tot de eerste echo.

Als sneeuw voor de zon

Na een goede week verdween de misselijkheid ineens als sneeuw voor de zon en ook mijn borsten voelden niet meer gespannen en pijnlijk. Toen ook een 435e zwangerschapstest nog maar een heel zwak tweede streepje gaf bereidde ik me al voor op het ergste; dit kindje zou niet bij ons blijven.

Het moment van de miskraam

Maar er gebeurde niets en ik raakte boos en gefrustreerd. Als het dan toch niet goed zou zijn dan wilde ik dat het nú meteen zou ophouden in plaats van nog 2 weken te moeten wachten op een echo die geen kloppend hartje zou laten zien.

Uiteindelijk begon op maandagochtend 11 november de miskraam; ik verloor bloed en wist dat het voorbij was. Mijn lichaam wilde het kindje kwijt. Huilend als een klein kind stortte ik me in de armen van mijn man. Ik was zó verdrietig, maar ook opgelucht tegelijkertijd. Ik had nu eindelijk duidelijkheid.

Intense pijn

Ik besloot gewoon te gaan werken, want thuis is ook zomaar thuis. En wat zou ik moeten zeggen als ik me ziek zou melden? Echter, halverwege de ochtend kreeg ik een enorme pijn in mijn rug. Een zeurderige, weeïge pijn. Ondertussen had ik het gevoel compleet leeg te lopen en mijn teamcoach vroeg of het wel goed ging met me. Blijkbaar was ik compleet wit weggetrokken en was er geen fatsoenlijk leven meer te bespeuren. Ik besloot haar in vertrouwen te nemen en koos ervoor om naar huis te gaan.

Douchen, ik wilde douchen. Het was net alsof ik net bevallen was; een slachting was er niets bij. De pijn in mijn rug werd ondraaglijk en ik kon nog amper opstaan, lopen of lekker zitten.

Ik verloor van alles en probeerde wanhopig te zoeken naar iets wat op het vruchtje kon lijken. Dan had ik het in ieder geval nog een keer gezien. Dan had ik het in ieder geval even vast kunnen houden, ook al zou het nog geen volwaardig mensje zijn. Dan had ik in ieder geval iets tastbaars om me te herinneren. Iets anders dan alleen maar pijn, bloed en verdriet. Maar hoe kun je in godsnaam met amper 6 weken zwangerschap het onderscheid maken tussen bloedstolsels en iets wat ooit een kindje had moeten zijn?

Na een dag of 3 verdween te pijn. Mijn lichaam had haar taak volbracht. Ook een van de laatste testen die ik nog had liggen sloeg omo wit uit. Ik was niet langer zwanger.

Doen we even

Ik dacht oprecht opgelucht te zijn dat het achter de rug was. Geen onzekerheid meer. Geen twijfels meer. Er was iets mis gegaan met de aanleg en dat heeft de natuur “opgelost”. Relativeren kon ik het heel goed. En misschien voelde het op dat moment ook echt wel oké.

Maar naarmate de tijd verstreek merkte ik dat ik het helemaal niet oké vond. De zwangerschapsaankondigingen vlogen me rond mijn oren en ik raakte opnieuw boos en gefrustreerd. Geen babygeluk voor ons, maar een lege buik en een gebroken hart.

De twee maanden erna ben ik obsessief bezig geweest om terug zwanger te raken. Alsof ik terug wilde draaien wat er was gebeurd. Alsof ik het kindje dat ik had verloren terug wilde halen.

Als ik nu zwanger ben dan is het toch nog een zomerkindje, net als die andere

Rouwproces

Toen het maar niet wilde lukken werd ik woest. Wat was er mis met mijn lichaam? Waarom kon ik deze zwangerschap niet voldragen? Ondanks dat je altijd die onzekerheid hebt in het eerste trimester was ik toch een soort van naïef; een miskraam overkomt mij niet. Maar het overkwam me wel.

Het lag aan mijzelf; ik ben te dik. Veel zwaarder dan bij mijn andere zwangerschappen. Kort voor ik zwanger bleek had ik een blaasontsteking: die antibiotica hebben het kindje geschaad. Had ik maar of had ik juist maar niet. Het was allemaal mijn schuld.

Ik voelde me ook enorm eenzaam. Mijn verdriet kon ik met niemand delen behalve dan met mijn man. Hij wilde liever niet dat ik het deelde met anderen en dat moest ik respecteren. Daarnaast durfde ik mijn verdriet ook niet te delen want er zijn moeders die voldragen kindjes moeten afgeven. Dat verdriet moet een miljoen keer erger zijn. Kom ik daar aan met mijn miskraam in het eerste trimester.

Maar na een tijdje kon ik het niet langer meer voor me houden. Ik wilde het niet langer voor me houden. Het niet vertellen voelde voor mij als ontkenning. Ontkenning van dat kleine wezentje wat oh zo welkom was. En mijn verdriet mag er ook zijn, hoe egoïstisch dat misschien overkomt.

Ik was zwanger van ons derde kindje, maar ik heb het verloren.

Een controle bij verloskundige om te kijken of alles weer “schoon” is heb ik niet laten doen. De keiharde bevestiging dat er echt niets meer groeit in mijn buik kan ik simpelweg niet aan. Mijn cyclus is ook weer “gewoon” op gang gekomen, alsof er nooit iets is gebeurd.

Nasleep

Pas nu, bijna een half jaar verder realiseer ik me dat deze miskraam meer met mij gedaan heeft dat ik ooit had kunnen denken. En dus ben ik het gaan delen. Natuurlijk niet “zomaar”. Alleen wanneer ik een opening zie en het moment juist voelt, haak ik er op in en vertel ik het.

Pas nu voelt het alsof ik het echt aan het verwerken ben. En dat gaat met vallen en op staan. Zo ben ik laatst nog in huilen uitgebarsten toen een vriendin van me in verwachting bleek, ondanks anticonceptie. Een andere vriendin van me is eveneens zwanger en ja, die echo foto’s bekijk ik met een brok in mijn keel. Ook is er pas een baby’tje geboren in de vriendenkring en dat triggered een hoop emoties. En dat terwijl ik het ze allemaal van harte gun. Maar echt, met heel mijn hart.

Die verrassing van vorig jaar heeft me aan het twijfelen gemaakt: zijn we dan toch niet compleet? Is ons hart dan toch groot genoeg voor een kindje erbij? Of is dit nog puur het verdriet en het lege buik gevoel? Gaat dat ooit over? Ik weet het niet.

Voor nu ben ik in ieder geval moeder van 2 gezonde kinderen en moeder van 1 kindje in mijn hart.

Uitgelichte foto: Nynne Schrøder - Unsplash

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *